EVOLUTIE VAN DE PRIJZEN : ELEKTRICITEIT
1. Evolutie van de prijzen in België en de buurlanden
Evolutie van de prijzen in België en de buurlanden
(
05/2013)
In dit document vergelijkt de CREG de prijs van de energiecomponent (= prijs van de geleverde kWh, exclusief netwerkkosten en taksen) gevraagd door elke leverancier aan de residentiële klanten en kmo's. Er wordt bovendien een onderscheid gemaakt tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel.
Dit document vergelijkt eveneens de all-in prijzen van de energie die worden gefactureerd in België en de buurlanden: Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
Deze vergelijkingen worden elke maand bijgewerkt en in de conclusies wordt de evolutie in vergelijking met de vorige maand beschreven.
2. Boordtabel
Boordtabel
(
05/2013)
Deze maandelijkse publicatie, onder de vorm van een boordtabel, dient om de betrokken spelers te informeren over de belangrijke evoluties op de elektriciteits- en aardgasmarkt.
Voor de groothandelsmarkt volgt de CREG voornamelijk de evolutie van een aantal fundamentele parameters voor de vorming van de elektriciteits- en aardgasprijzen op de Belgische en naburige beurzen (Duitsland, Frankrijk, Nederland).
Voor de kleinhandelsmarkt toont de CREG de evolutie – per gewest – van de all-in elektriciteits- en aardgasprijs in België voor:
- residentiële Dc-klanten elektriciteit (3.500 kWh/jaar, enkelvoudig)
- residentiële T2-klanten gas (23.260 kWh/jaar)
- sociale klanten
- gedropte klanten (niet-beschermde klanten wiens leveringscontract door hun leverancier werd beëindigd en die door hun distributienetbeheerder worden beleverd) en
- kmo's.
De evolutie – per gewest – van de minimum- en maximumprijzen van de energiecomponent (= prijs van de geleverde kWh, exclusief netwerkkosten en taksen) gevraagd door elke leverancier aan de residentiële klanten en kmo's wordt eveneens weergegeven.
De CREG maakt voorts een vergelijking van de gemiddelde all-in elektriciteits- en aardgasprijzen die worden gefactureerd aan residentiële Dc-klanten elektriciteit, residentiële T2-klanten gas en kmo's in België en deze die in de buurlanden worden aangerekend (Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk). De verkregen resultaten worden eveneens toegelicht aan de hand van grafieken en teksten in het onder punt 1 beschreven document (Evolutie van de prijzen in België en de buurlanden).
3. Vangnet
De wet van 8 januari 2012 voert een "vangnet" in dat de schommeling van de prijs van de energiecomponent van de leveranciers voor de huishoudelijke klanten en kmo's zou moeten beperken.
In het kader van dit mechanisme:
- Dient de CREG in een gegevensbank elke methodologie te registreren die door de leveranciers gehanteerd wordt voor de berekening van de energieprijzen, waaronder meer bepaald de gebruikte parameters en de indexeringsformules;
- Mag de variabele energieprijs die wordt gefactureerd aan de huishoudelijke afnemers en de kmo's maximum vier keer per jaar worden geïndexeerd, de eerste dag van een kwartaal;
- Dient de CREG na te gaan of de leveranciers de indexeringsformules uit het contract correct hebben toegepast bij de driemaandelijkse indexeringen voor de kmo's en huishoudelijke afnemers en of de indexeringsparameters voldoen aan de criteria in het koninklijk besluit van 21 december 2012; in geval van betwisting kunnen de partijen een beroep doen op een neutraal lid van het Belgisch Instituut voor Bedrijfsrevisoren;
- Moet elke stijging van de variabele prijs voor huishoudelijke afnemers en kmo's die niet het gevolg is van de toepassing van de indexeringsformules vooraf worden goedgekeurd door de CREG; de CREG beoordeelt de stijging aan de hand van objectieve parameters, in het bijzonder op basis van een vergelijking met het gemiddelde van de prijzen die in de zone Noordwest-Europa worden toegepast.
Het vangnetmechanisme geldt tot 31 december 2014. De koning kan met een nieuwe termijn van drie jaar verlengen, op basis van een rapport opgesteld door de CREG en de NBB; de Koning kan eveneens op elk moment besluiten om aan het mechanisme een einde te maken als het een belangrijk marktverstorend effect heeft; in dit opzicht staan de CREG en de NBB in voor een permanente monitoring van het mechanisme.
Beslissingen over de vaststelling van de correcte toepassing van de indexeringsformule en de conformiteit met de exhaustieve lijst van toegelaten criteria voor de contracttypes met een variabele energieprijs door de leveranciers tijdens het tweede kwartaal van 2013:
- EBEM
- EDF LUMINUS
- ELECTRABEL
- ELEGANT
- ENI
- ESSENT
- OCTA+ (enkel beschikbaar in het Frans)
Nuttige links :
- Koninklijk besluit van 21/12/2012 ter bepaling van de exhaustieve lijst van toegelaten criteria voor de indexering van de elektriciteitsprijzen door de leveranciers
- Voorstel 1150 van de CREG van 1/08/2012 (+ Consultatieverslag over het ontwerpvoorstel 1150)


