Sociaal tarief

Hoeveel bedraagt het sociaal tarief?

Elektriciteit Aardgas
Q4 2020 Q4 2020
Q3 2020 Q3 2020
02/2020 - 06/2020 02/2020 - 06/2020
08/2019 - 01/2020 08/2019 - 01/2020
02/2019 - 07/2019 02/2019 - 07/2019
08/2018 - 01/2019 08/2018 - 01/2019

Vorige tarieven

Wat is het sociaal tarief en hoe wordt het berekend?

Het sociaal tarief voor elektriciteit en/of aardgas is een verminderd tarief voor bepaalde categorieën personen of huishoudens. Het is bij alle energieleveranciers hetzelfde. Het sociaal tarief omvat de energiecomponent, de distributiecomponent (distributienettarief) en de vervoerscomponent (vervoersnettarief).

De CREG legde het bedrag ervan om de 6 maanden vast. Vanaf 1 juli 2020 zal  de CREG het bedrag ervan om de 3 maanden vastleggen.

De energiecomponent van het sociaal tarief wordt vastgesteld op grond van het laagste commerciële tarief dat de energieleveranciers hebben aangeboden in de maand voorafgaand aan dat kwartaal.

De distributiecomponent in een gegeven kwartaal wordt vastgesteld op grond van het laagste distributienettarief in de Belgische distributiezones in de maand voorafgaand aan dat kwartaal, op voorwaarde dat binnen deze zone minstens 1% van de Belgische bevolking woont.

De vervoerscomponent van een bepaald kwartaal wordt bepaald op basis van het laagste distributietarief (met inbegrip van de vervoerskost) voor elektriciteit en het vervoerstarief van Fluxys Belgium voor aardgas.

Het resultaat, berekend voor elektriciteit, vermeerderd met de toepasselijke belastingen en heffingen (namelijk de federale bijdrage, de aansluitingsvergoeding in Wallonië en de bijdrage voor het energiefonds in Vlaanderen), wordt geplafonneerd wanneer:

  1. het meer dan 10 % hoger ligt dan het sociaal tarief van de voorafgaande periode.
  2. het meer dan 20 % hoger ligt dan het gemiddelde van de sociale tarieven van de vier voorafgaande kwartalen.

De plafonnering houdt in dat het sociaal tarief wordt beperkt tot het niveau van het laagste van deze twee plafonds.

Het voor aardgas berekende resultaat, vermeerderd met de toepasselijke belastingen en heffingen, (namelijk de federale bijdrage en de aansluitingsvergoeding in Wallonië) wordt geplafonneerd wanneer:

  1. het meer dan 15 % hoger ligt dan het sociaal tarief van de voorafgaande periode.
  2. het meer dan 25 % hoger ligt dan het gemiddelde van de sociale tarieven van de vier voorafgaande kwartalen.

De plafonnering houdt in dat het sociaal tarief wordt beperkt tot het niveau van het laagste van deze twee plafonds.

Wie heeft recht op het sociaal tarief?

Het sociaal tarief voor elektriciteit en/of aardgas wordt toegekend aan personen of gezinnen die genieten van bepaalde tegemoetkomingen. Het gaat om volgende categorieën:

Categorie 1: toekenning door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid van:

  • een tegemoetkoming als persoon met een handicap op basis van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 65 %;
  • een bijkomende kinderbijslag voor kinderen die getroffen zijn door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 %;
  • een tegemoetkoming voor hulp van derde;
  • een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;
  • een inkomensvervangende tegemoetkoming;
  • een integratietegemoetkoming.

Categorie 2: toekenning door de Federale Pensioendienst van:

  • een tegemoetkoming als persoon met een handicap op basis van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 65 % (een aanvullende tegemoetkoming of een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen);
  • een inkomensgarantie voor ouderen (IGO);
  • een gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
  • een tegemoetkoming voor hulp van derde.

Categorie 3: toekenning door een OCMW van:

  • een leefloon;
  • een financiële steun aan een persoon die is ingeschreven in het vreemdelingenregister met een machtiging tot verblijf voor onbeperkte tijd en die omwille van zijn nationaliteit niet kan beschouwd worden als een gerechtigde op maatschappelijke integratie;
  • een maatschappelijke steun die geheel of gedeeltelijk door de federale staat ten laste genomen wordt;
  • een tegemoetkoming (voorschot) in afwachting van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, een inkomensgarantie voor ouderen of een tegemoetkoming voor gehandicapten.

Categorie 4: huurders in appartementsgebouwen met een collectieve installatie voor verwarming op aardgas, wanneer de woningen verhuurd zijn door een erkende sociale huisvestingsmaatschappij.

Erkende sociale huisvestigingsmaatschappijen vindt u op de volgende websites:

Het sociaal tarief elektriciteit en/of aardgas is niet van toepassing voor:

  • tweede verblijfsplaatsen (andere adressen dan het domicilieadres)
  • gemeenschappelijke delen van appartementsgebouwen
  • professionele klanten
  • occasionele klanten/tijdelijke aansluitingen

Hoe verkrijg ik het sociaal tarief?

Als u tot de categorieën 1, 2 of 3 behoort, wordt het sociaal tarief elektriciteit en/of aardgas u automatisch toegekend. De Federale Overheidsdienst Economie verzamelt alle gegevens (bij leveranciers, rijksregister, kruispuntbank van de sociale zekerheid) en verwittigt uw leverancier dat het sociaal tarief voor u moet worden toegepast.

Als huurder van een appartement van een sociale huisvestingsmaatschappij (categorie 4) krijgt u het sociaal tarief voor aardgasverwarming niet automatisch. U moet hiervoor contact opnemen met de eigenaar of de beheerder van het appartementsgebouw.

Print Contact