Sociaal tarief

Hoeveel bedraagt het sociaal tarief?

Elektriciteit Aardgas
Q4 2021 Q4 2021
Q3 2021 Q3 2021
Q2 2021 Q2 2021
Q1 2021 Q1 2021
Q4 2020 Q4 2020
Q3 2020 Q3 2020
02/2020 - 06/2020 02/2020 - 06/2020
08/2019 - 01/2020 08/2019 - 01/2020

Vorige tarieven

Wat is het sociaal tarief en hoe wordt het berekend?

Het sociaal tarief voor elektriciteit en/of aardgas is een verminderd tarief voor bepaalde categorieën personen of huishoudens. Het is bij alle energieleveranciers hetzelfde. Het sociaal tarief omvat de energiecomponent, de distributiecomponent (distributienettarief) en de vervoerscomponent (vervoersnettarief).

De CREG legde het bedrag ervan om de 6 maanden vast. Vanaf 1 juli 2020 zal de CREG het bedrag ervan om de 3 maanden vastleggen.

De energiecomponent van het sociaal tarief wordt vastgesteld op grond van het laagste commerciële tarief dat de energieleveranciers hebben aangeboden in de maand voorafgaand aan dat kwartaal.

De distributiecomponent in een gegeven kwartaal wordt vastgesteld op grond van het laagste distributienettarief in de Belgische distributiezones in de maand voorafgaand aan dat kwartaal, op voorwaarde dat binnen deze zone minstens 1% van de Belgische bevolking woont.

De vervoerscomponent van een bepaald kwartaal wordt bepaald op basis van het laagste distributietarief (met inbegrip van de vervoerskost) voor elektriciteit en het vervoerstarief van Fluxys Belgium voor aardgas.

Het resultaat, berekend voor elektriciteit, vermeerderd met de toepasselijke belastingen en heffingen (namelijk de federale bijdrage, de aansluitingsvergoeding in Wallonië en de bijdrage voor het energiefonds in Vlaanderen), wordt geplafonneerd wanneer:

  1. het meer dan 10 % hoger ligt dan het sociaal tarief van de voorafgaande periode.
  2. het meer dan 20 % hoger ligt dan het gemiddelde van de sociale tarieven van de vier voorafgaande kwartalen.

De plafonnering houdt in dat het sociaal tarief wordt beperkt tot het niveau van het laagste van deze twee plafonds.

Het voor aardgas berekende resultaat, vermeerderd met de toepasselijke belastingen en heffingen, (namelijk de federale bijdrage en de aansluitingsvergoeding in Wallonië) wordt geplafonneerd wanneer:

  1. het meer dan 15 % hoger ligt dan het sociaal tarief van de voorafgaande periode.
  2. het meer dan 25 % hoger ligt dan het gemiddelde van de sociale tarieven van de vier voorafgaande kwartalen.

De plafonnering houdt in dat het sociaal tarief wordt beperkt tot het niveau van het laagste van deze twee plafonds.

Wie heeft recht op het sociaal tarief?

U hebt recht op het sociaal tarief als een van de volgende categorieën op uw situatie van toepassing is:

Categorie 1: u (of een persoon die bij u gedomicilieerd is) ontvangt een van de volgende tegemoetkomingen van het Openbaar Centrum van Maatschappelijk Welzijn (OCMW):

  • een leefloon
  • een financiële maatschappelijke dienstverlening gelijkwaardig aan het leefloon
  • een maatschappelijke steun die geheel of gedeeltelijk ten laste genomen wordt door de federale staat
  • een voorschot op een inkomensgarantie voor ouderen
  • een tegemoetkoming voor gehandicapten

Categorie 2A: u (of een persoon die bij u gedomicilieerd is) ontvangt een van de volgende tegemoetkomingen van de FOD Sociale Zekerheid Directie Personen met een Handicap (FOD SZ DGPH):

  • een tegemoetkoming als persoon met een handicap op basis van een blijvende arbeidsongeschiktheid van 65 %
  • een inkomensvervangende tegemoetkoming
  • een integratietegemoetkoming
  • een tegemoetkoming voor hulp van derden

Categorie 2B (gewestelijk): u (of een persoon die bij u gedomicilieerd is) ontvangt de volgende tegemoetkoming:

  • in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, via IRISCARE, een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden
  • in de Duitstalige Gemeenschap, via FOD SC DGPH, een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden
  • in het Vlaamse Gewest, via de Zorgkas waarbij de rechthebbende aangesloten is, een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood (vroeger: een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden)
  • in het Waalse Gewest, via AVIQ, een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden

Categorie 2C (gewestelijk): u (of een persoon die bij u gedomicilieerd is) ontvangt volgende tegemoetkoming:

  • in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, een bijkomende kinderbijslag voor kinderen getroffen door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid met een minimale score van 4 punten in pijler 1 van de medisch-sociale schaal (erkenning via FOD SZ DGPH, betaling via het kinderbijslagfonds)
  • in de Duitstalige Gemeenschap, een bijkomende kinderbijslag voor kinderen getroffen door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid met een minimale score van 4 punten in pijler 1 van de medisch-sociale schaal (erkenning via FOD SZ DGPH, betaling via het kinderbijslagfonds)
  • in het Vlaamse Gewest, via Opgroeien, team Zorgtoeslagevaluatie, een zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte met een minimale score van 4 punten in pijler 1 van de medisch-sociale schaal (vroeger: verhoogde kinderbijslag)
  • in het Waalse Gewest, een bijkomende kinderbijslag voor kinderen getroffen door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid met een minimale score van 4 punten in pijler 1 van de medisch-sociale schaal (erkenning via FOD SZ DGPH, betaling via het kinderbijslagfonds)

Categorie 3: u (of een persoon die bij u gedomicilieerd is) ontvangt een van de volgende tegemoetkomingen van de Federale Pensioendienst (FPD):

  • een inkomensgarantie voor ouderen (IGO)
  • een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden
  • een tegemoetkoming als persoon met een handicap op basis van een blijvende arbeidsongeschiktheid van minstens 65 % (een aanvullende tegemoetkoming of een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen)
  • een tegemoetkoming voor hulp van derden.

Categorie 4: u bent huurder van een sociaal appartement waarvan de verwarming op aardgas afhangt van een collectieve installatie, in een gebouw dat verhuurd wordt door

  • een sociale huisvestingsmaatschappij 
  • een gewestelijke huisvestigingsmaatschappij
  • een sociaal verhuurkantoor erkend door de gewestelijke regeringen (het Vlaamse Woningfonds, het Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) of 
  • het OCMW.

Tijdelijke categorie: u hebt recht op de verhoogde tegemoetkoming

Vanaf 1 februari 2021 tot en met 31 december 2021 hebben personen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming en een contract hebben afgesloten voor de levering van elektriciteit en/of aardgas voor eigen gebruik (residentiële afnemer) tijdelijk recht op het sociaal tarief. 

De verhoogde tegemoetkoming is een steunmaatregel die door de mutualiteiten wordt toegekend:

  • aan personen die bepaalde sociale uitkeringen ontvangen. De meeste van deze personen hadden al recht op het sociaal tarief;
  • aan personen met een inkomen onder een bepaalde grens.

Voor meer informatie over de verhoogde tegemoetkoming, klik hier.

Voor meer informatie over deze tijdelijke maatregel, klik hier.

Hoe verkrijg ik het sociaal tarief?

Als u tot de categorieën 1, 2, 3 of de tijdelijke categorie behoort, wordt het sociaal tarief elektriciteit en/of aardgas u automatisch toegekend. De Federale Overheidsdienst Economie verzamelt alle gegevens (bij leveranciers, het rijksregister, de kruispuntbank van de sociale zekerheid) en verwittigt uw leverancier dat het sociaal tarief voor u moet worden toegepast.

Als huurder van een appartement van een sociale huisvestingsmaatschappij (categorie 4) krijgt u het sociaal tarief niet automatisch. U moet hiervoor contact opnemen met de eigenaar of de beheerder van het appartementsgebouw.

Print Contact