Samenvatting

De studie maakt een analyse van de leveringscontracten voor elektriciteit en van het afnamegedrag van grote Belgische industriële klanten. Omdat de beschikbare gegevens verschillend zijn, hanteren de analyses verschillende definities van het begrip “grote industriële klant”. Bij de analyse van leveringscontracten wordt elke klant met een gefactureerde consumptie van minstens 10 GWh/jaar aangeduid als “grote industriële klant” (inclusief de bedrijven die aangesloten zijn op distributieniveau). Bij de analyse van het afnamegedrag wordt elke klant aangesloten op het Elia-transmissienet als “grote industriële klant” beschouwd (inclusief de klanten waarvan de gefactureerde consumptie lager is dan 10 GWh/jaar).

Hoewel contracten met een looptijd van twee jaar nog steeds het meest voorkomende type leveringscontract zijn, is er de laatste jaren een toename van het aantal contracten met een looptijd van drie jaar ten koste van contracten met een looptijd van een jaar, die minder populair worden. Bovendien blijkt het verlengen van bepaalde contracten succesvol bij bepaalde leveranciers.

Globaal gezien stijgt de gefactureerde energieprijs sinds 2017, waarbij 50% van de mediane klanten in 2020 een prijs betaalt tussen 49 €/MWh en 60 €/Wh. Deze studie bespreekt de belangrijkste bepalende factoren die bijdragen tot de waargenomen verschillen in de gefactureerde energieprijs.
De aanzienlijke stijging van het marktaandeel van Electrabel in 2020 contrasteert met de tendens die sinds het begin van de liberalisering wordt waargenomen: terwijl het marktaandeel van de groep Electrabel - op basis van het totale gefactureerde verbruik - van 2002 (98,4%) tot 2019 (50,7%) bijna ononderbroken gedaald is, is deze daling sterk versneld tussen 2010 (toen het nog 85,5% bedroeg) en 2016, en daarna gestabiliseerd tot en met 2019.

Gedurende de eerste jaren van de liberalisering, was de daling van de marktaandelen van Electrabel vooral voordelig voor de groepen Luminus, Uniper en RWE. Tussen 2010 en 2016 kan de sterke daling van het marktaandeel van Electrabel enerzijds verklaard worden door de opkomst en groei van andere leveranciers anderzijds hebben een aantal industriële klanten hun eigen beleveringsactiviteiten ontwikkeld. Sinds 2016 is het, naast de stijging van het marktaandeel van de groep Electrabel tussen 2019 en 2020 (+6%), vooral de groep Luminus (+11%) die marktaandeel heeft gewonnen ten koste van Axpo (-10%), de groep RWE (-4%) en de groep Uniper (-4%), die haar activiteiten in België op 1 januari 2020 definitief heeft stopgezet.

De jaarlijkse elektriciteitsafname daalt naar 15,57 TWh in 2020. Die daling doet zich in bijna alle sectoren voor. De maakindustrie vertegenwoordigt 75 % van de elektriciteitsafname van grote industriële klanten. De spreiding tussen de minimale en maximale dagelijkse afname blijft stabiel ten opzichte van 2019. De afgenomen basislast bij de industriële afnemers steeg in 2020 tot 69%. Ter vergelijking, de basislast van de totale afname op het net van Elia is lager, met name 54 %.

Tot slot veranderden 20 toegangspunten van leverancier in 2020. De belevering van industriële afnemers wordt dieper onderzocht door de energie-uitwisselingen tussen ARP’s in kaart te brengen. De situatie in 2019 wordt vergeleken met die in 2020. De volumes aangekocht voor de leveranciers op de dagmarkt namen toe, terwijl de op de langetermijnmarkten aangekochte volumes afnamen.

Download het document (pdf, 2.37 MB)

Datum van goedkeuring

Referentie

Etude (F)2285