Het in kaart brengen van de toegepaste facturatiemethode van de energiecomponent elektriciteit en aardgas en de kosten voor groenestroom- en warmtekrachtcertificaten bij huishoudelijke afnemers

Samenvatting

Uit deze analyse van de CREG blijkt dat leveranciers actief op de Belgische energiemarkt diverse facturatiemethodes toepassen voor de energiecomponent en voor bijkomende diensten. Met het oog op meer transparantie voor de consument en de leverancier formuleert de CREG vier aanbevelingen:

  1. Consumenten die in de loop van een contractjaar van leverancier veranderen, betalen soms toch de abonnementsvergoeding voor het volledige jaar. Andere leveranciers rekenen de vergoeding pro rata aan. In het geval van een beleveringsperiode van 18 maanden met een abonnementsvergoeding van 50 euro per jaar is er een verschil van 25 euro tussen beide methodes.De CREG pleit voor een methode waarbij ofwel de vergoeding over de volledige contractduur pro rata wordt aangerekend; ofwel de vergoeding voor het eerste contractjaar forfaitair wordt aangerekend en vanaf het tweede contractjaar pro rata. Op die manier kan de leverancier kosten voor de aanmaak van een nieuwe klant recupereren.
  2. Kosten voor certificaatverplichtingen (groene stroom, WKK) worden door de meeste leveranciers apart aangerekend. Vaak worden deze kosten tijdens de contractduur verhoogd tot zelfs verdubbeld, en dit zowel voor contracten met een vaste als een variabele energieprijs. De CREG pleit ervoor om de kosten voor deze certificaatverplichtingen op te nemen in de energiecomponent. Op die manier is de consument van bij het begin zeker van de kosten die hem zullen worden aangerekend.
  3. Bij de jaarafrekening gebruiken leveranciers een standaardjaarprofiel voor de spreiding van het volume aan elektriciteit of aardgas dat de consument verbruikt heeft. Sommige leveranciers maken daarnaast ook gebruik van correctiefactoren die enkel intern gekend zijn. De CREG pleit ervoor om enkel gebruik te maken van publiek consulteerbare gegevens die op een uniforme manier worden toegepast.
  4. Bij elektriciteitscontracten die gebaseerd zijn op kwartaalparameters gelinkt aan de kortetermijnmarkt (spotproducten) is de energieprijs maar gekend aan het einde van een kwartaal. Bij stopzetting van het contract aan het begin van een kwartaal zou de leverancier in principe nog tot het einde van dat kwartaal moeten wachten om zijn afrekening te maken. Hierdoor kan hij in conflict komen met de regionale regelgeving over facturatietermijnen. De CREG pleit ervoor dat leveranciers in zo’n geval de energieprijs voor die periode zouden berekenen op basis van de beschikbare dagnoteringen.
Download het document (pdf, 1359 kB)

Datum van goedkeuring

19 april 2018

Referentie

Studie(F)1722

Verwante publicaties

Thema's

Prijzen elektriciteit, Prijzen aardgas

Print Contact