Nucleaire energie

Beslissing over de vastlegging van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3) toe te passen voor de jaren 2020, 2021 en 2022

De CREG heeft op 25 juni 2020 een beslissing genomen over de vastlegging van de vaste en de variabele kosten in het kader van de berekening van de winstmarge van de centrales die onderworpen zijn aan de repartitiebijdrage. Deze kosten zijn vastgelegd op basis van de methodologie zoals bepaald in beslissingen (B)1964 en (B)2066 van de CREG. 

Voor de driejaarlijkse periode 2020- 2022 bedragen de vaste kosten voor 4 centrales jaarlijks 727,835 M€ en de variabele kosten 10,8856 €/MWh.

Beslissing tot wijziging van beslissing (B)1964 bevattende de methodologie voor de vaststelling van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3) voor de periode 2020 tot 2026

Naar aanleiding van de klacht met het oog op een nieuw onderzoek die Electrabel heeft ingediend tegen beslissing (B)1964 van 30 januari 2020 en rekening houdend met de nieuwe elementen die Electrabel heeft geformuleerd, wordt deze beslissing gewijzigd wat de brandstofkosten (bovenfase en fabricage) betreft.

Beslissing bevattende de methodologie voor de vaststelling van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage (Doel 3, Doel 4, Tihange 2 en Tihange 3) voor de periode 2020 tot 2026

De CREG heeft op 30 januari 2020 CREG een beslissing goedgekeurd bevattende de methodologie voor de vaststelling van de vaste en variabele kosten voor de centrales onderworpen aan de repartitiebijdrage voor de periode 2020 tot 2026. De exploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1 van de wet van 11 april 2003 hebben voorafgaand hun voorstel van methodologie aan de CREG meegedeeld.

Studie met betrekking tot de analyse van de reactie van de elektriciteitsmarkt ten gevolge van de onbeschikbaarheid van meerdere kernreactoren in België in de periode van oktober 2018 tot februari 2019

De Belgische elektriciteitsmarkt werd eind 2018 beïnvloed door een belangrijke gebeurtenis, namelijk de onverwachte onbeschikbaarheid van een groot aantal kernreactoren, en dit tussen 14 oktober en 12 november, toen slechts één kernreactor operationeel was. Dit verslag wil een ex-post stand van zaken opmaken van de situatie: hoe heeft de elektriciteitsmarkt gereageerd? Wat waren de gevolgen op de energiemix, op de elektriciteitsprijs op de groothandelsmarkt en op de energieprijzen betaald door de verbruiker? ?

Verificatie, voor het jaar 2017, van de toezegging aangegaan door de Belgische Staat, teneinde de verenigbaarheid van de aangemelde maatregelen voor de levensduurverlenging van Tihange 1, Doel 1 en Doel 2, te verzekeren

De CREG brengt rapport 1820 uit in opdracht van de Minister van Energie in het kader van de verificatie, voor het jaar 2017, van de toezegging aangegaan door de Belgische Staat, teneinde de verenigbaarheid van de aangemelde maatregelen voor de levensduurverlenging van Tihange 1, Doel 1 en Doel 2, te verzekeren.

Advies over het wetsontwerp nr. 54-2070/001 tot wijziging van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales en van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt

Dit advies bevat een grondige analyse van de mechanismen uit het wetsontwerp met het oog op de bepaling van het bedrag van de nucleaire repartitiebijdrage.

De CREG bevestigt haar raming van de nucleaire rente en wijst op de tekortkomingen in het rapport van de Nationale Bank

De CREG heeft een analyse gemaakt van het rapport dat de Nationale Bank opstelde om het bedrag van de nucleaire rente te bepalen. Ze meent dat de analyse van dit rapport het huidige debat herleidt tot één enkele vraag : « Wat is de verkoopprijs van de door de kerncentrales geproduceerde elektriciteit ? » De CREG stelt eerst en vooral vast dat de meeste hypothesen in dit rapport ertoe leiden dat de rente op een bijzonder laag peil wordt geraamd, vooral door deze verkoopprijs kunstmatig te verlagen. De CREG noteert verder dat dit rapport duidelijke beoordelingsfouten bevat, die van een gebrekkige kennis van de Belgische elektriciteitsmarkt getuigen.

De CREG becijfert de aanzienlijke winsten gegenereerd door kerncentrales en de steunmaatregelen voor hernieuwbare energie

De CREG heeft een studie uitgevoerd om een schatting te maken van de productiekosten van elektriciteit uit de Belgische kerncentrales en om de winstmarge te evalueren die met deze productiewijze wordt gegenereerd. Volgens de CREG liggen de productiekosten van elektriciteit uit de Belgische kerncentrales tussen € 17/MWh en € 21/MWh. De CREG analyseerde verder ook de steunmaatregelen voor hernieuwbare energie in België, meer in het bijzonder het mechanisme van de groenestroomcertificaten.

De CREG wijst op de hoge elektriciteitsprijzen in Brussel, bewijst dat de parameter Nc weinig representatief is en past het akkoord inzake kernenergie in Duitsland toe op België

De CREG heeft de prijzen voor elektriciteit in Brussel en in de naburige hoofdsteden vergeleken. Met uitzondering van Duitsland is elektriciteit voor een huishouden in Brussel duurder dan in andere Europese hoofdsteden.

Nucleaire rente : de CREG analyseert de uitleg van Electrabel en bevestigt haar standpunt

De CREG heeft de door Electrabel tijdens de hoorzitting naar voor gebrachte elementen grondig onderzocht. Ze is verheugd vast te stellen dat de onderneming voor het eerst cijfers vermeldt die het mogelijk maken de nucleaire rente te bepalen. De CREG stelt tevens vast dat de door Electrabel gebruikte formule om de rente te berekenen dezelfde is als die welke de CREG in aanmerking nam in haar studie van mei 2010 over de kostenstructuur van de elektriciteitsproductie door de nucleaire centrales in België.

Print Contact